maandag 18 januari 2010

Mooi oud

Een paar keer per jaar neem ik mij voor om naar de kapper te gaan.
Ik vertrouw kappers niet. Een onbeduidend kindertraumaatje.
Een keer per jaar ga ik dan toch maar, een noodzakelijk kwaad, net als de tandarts.
En alleen de dooie puntjes mogen er af.

Zal ik er een spoeling doorheen doen, dan zie je er niks meer van, zegt het meisje voorzichtig.
Alle haren, ja ook die grijze gaan overeind staan.
“Waarvan?” Vraag ik met best wel een waarschuwing in mijn toon, vind ik zelf.
Noueuh…..ze knipt zwijgend door.
Ze geeft niet meteen op.
“Ik kan de kleur van de spoeling in precies uw eigen kleur mengen”, probeert ze opnieuw.
Zal ze nu van haar baas meer moeten verkopen dan een knipbeurt of heeft ze echt het beste met mij voor?
In beide gevallen slaat ze de plank volledig mis.
“Maar waarom dan? Ik voel hoe mijn toon alweer een octaaf is gezakt. Iedereen die mij een beetje kent zou op dit punt eieren voor zijn geld kiezen. Maar ze kent mij niet. En ze is jong genoeg om zich op deze manier met mijn uiterlijk te bemoeien zonder dat ik daar verder iets achter hoef te zoeken. Een prachtig meisje, jong en gaaf, iets teveel make-up, maar dat vind ik al gauw van make-up. Ik ontmoet haar blik in de spiegel en ze begint te blozen.
Ach wat, waar gaat het nou over, een paar grijze haren. Ik schiet in de lach en vraag haar hoe erg het is. Ze kleurt nog roder. Ik heb ineens oprecht met haar te doen.
“Ik vind het niet erg hoor”, probeer ik haar gerust te stellen.
Ik zie haar schaar bevriezen midden in een beweging. “Meent u dat nou echt?” Ze lijkt echt heel erg verbaasd.
Ze is van een andere wereld, besef ik dan. Een wereld van perfecte bikinilijntjes en mascararollers die je wimpers 10x voller en langer laten lijken. Een wereld waarin puistjes niet mogen, dik taboe is, maar volume een must. Ze leeft in de volle overtuiging dat wat op tv in de commercials gezegd wordt waar moet zijn. De tijdschriften die ze leest staan bol van goedbedoelde tips plus foto’s van de meisjes die deze tips goed hebben begrepen.
Wat moet ze nou met mij.

Het is mijn wereld niet. Ik doe daar niet aan mee.
Ik zie ze heus wel hoor, die grijzen. En dat alles aan mij richting zuiden begint te wijzen heeft niks met windrichting te maken. Wallen, rimpels, flubberarmen en weet ik veel wat me allemaal nog te wachten staat, het zal me wat.
In de spiegel met het koude winterlicht van rechts schatert het verval me toe en ik grijns terug.
Want mijn grijzen zijn zo goed als zilver. Wat gaat hangen is evengoed van mij en eerlijk verdient. Het meeste aan mij doet het nog goed, terwijl ik statistisch gezien “over de helft” ben. Met lipstick op mijn mond voel ik me net een clown en het bederft mijn smaak.
En ik wrijf graag af en toe hartgrondig in mijn ogen, daar hoef ik dus echt niks op te kladderen.

Geduldig leg ik haar uit dat het niet aan mij besteed is. Spoelingen, smeersels, conditioners, waxes, pakkingen, botox, lipodingessen…….. Ik heb liever een nieuwe schildersezel, want ik heb er nog maar 23, of een mooi Hahnemuhle Fine Art William Turner aquarelblok met 300grams vellen van 100% katoen en een grove korrel. O, en mijn rode oker en mijn cadmiumrood zijn ook op. Dat telt echt.

Nou mevrouw eigenlijk hebt u het ook helemaal niet nodig.Wilt u nog een kopje koffie?
Nog twee weken, dan is er een feestje. Dan kan ik weer een hele nacht dansen.
En dat telt ook.

Ik ga fantastisch elegant oud worden zonder toeters en bellen.

zondag 17 januari 2010

Nachtgedachten

Nachtgedachten 2.48 uur
Ze staan na uren nog steeds op mn netvlies, nadat de camera was uitgezoemd…….wat een boel witte lakens.
En wat zijn er veel kleintjes bij..
Je weet s’ochtends nooit of het vandaag je sterfdag zal zijn.
Je doet gewoon je ding en dan valt ineens de wereld om.
Gewoon boven op jou.
Je bent 1 jaar en je wordt gespaard. Je bent 10 en je bent meteen dood.
Je bent 30 en je ligt 3 dagen onder een gebouw bekneld met je dode familie om je heen.
Je bent 15 en na die enorme klap weet je niet waar je bent, je kunt je niet meer bewegen, je stem is opgehouden van uitputting er is steeds minder geluid om je heen en je bent bang dat je zult sterven.
Sommigen weten s’ochtends dat het hun sterfdag zal zijn.
Daggedachten
Landerig aan de keukentafel brengen we de dag door in somberheid om zoveel leed.
We zouden hierdoor onze eigen lasten en pijnen kunnen relativeren en zo nog een beetje stemming kunnen genereren, maar het is wel goed zo. Waarom zou je altijd maar voorbij de ellende willen? Omdat ze van iemand anders is? Op de Apple-tv komen foto’s voorbij, huwelijksfoto’s, babyfoto’s, vrienden, feestjes, vakanties ons leven in een veilige stevige notendop.
We zijn er allemaal een beetje stil van vandaag.

zaterdag 9 januari 2010

NOOIT MEER MAANDAG 2

De overgave


Marian ontmoette ik wel eens op feestjes. We hebben ons kunstenaarschap gemeen en het klikte. Toen ze mij vroeg of ze eens bij een workshop mocht helpen zei ik direct ja.
Vanaf het begin is dat een voltreffer geweest. We vullen elkaar griezelig goed aan tijdens de sessies en onze klanten krijgen dat mee in de “fun”die we beleven aan het gezamenlijk creëren.

Dat gezamenlijk creëren is toch wel een ding geweest hoor.
Vóór het presentatiefeestje dat we wilden geven om onze samenwerking officieel te maken besloten we eerst alle producten die we aanbieden zelf grondig uit te proberen. We hebben vooral veel zitten experimenteren om het nog specialer te maken. Een zomer lang hebben we daar in mijn atelier elkaar helemaal gek zitten maken, verzonnen we nieuwe workshops om onze concullega’s voor te blijven, immers elk zichzelf respecterend atelier geeft tegenwoordig workshops. Elke ingeving van Marian rukte bij mij een register aan ideeën open en omgekeerd werkte dat net zo. Onze directe kring mensen werd stapelkrankjorum van ons. We waren in die periode waarschijnlijk voor niemand anders te pruimen dan voor ons.
In die zomer van 2008 zijn een paar bijzondere producten ontstaan. Bijvoorbeeld papierhasjee, een soort van papier-maché maar dan anders. Door lijmsoorten te mixen ontdekten we toepassingen die in een korter tijdsbestek maximaal resultaat opleverden, waardoor onze klanten met een degelijker kunstwerk thuiskomen. Toen het herfst werd stonden we te schilderen met alles behalve verf. Steeds iets nieuws verzinnen werd ons motto, bij alles wat we deden.



Tijdens die experimentele sessies is een sfeer ontstaan van altijd willen blijven hangen in de kick van het nieuwe, niet denken maar doen en de blunders eruit ziften, om onze klanten veilig te kunnen laten falen.
Ik zag op televisie hoe we binnen 5 minuten onze rijst op tafel kunnen hebben, dat heeft uncle Sam zo bedacht. Een klein fragment uit het dagelijks bestaan van de gemiddelde werkende/ondernemende Nederlander. Ik maak zelf ook deel uit van die hollende meute.
Marian en ik willen optimale omstandigheden scheppen om een “moment” te ontrukken aan de meedogenloze vaart van deze tijd. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor onze klanten. Het duurde even voor we dat kort en bondig onder woorden konden brengen. NOOITMEERMAANDAG is voor ons een kreet die deze lading dekt.
In eerste instantie lieten we alles zachtjes en bescheiden rondzoemen.
Tijdens de lancering van NOOIT MEER MAANDAG in oktober 2008maakten we al iets meer kabaal. Martijn Aslander deed de opening en we maakten een goede indruk op onze stad.

Niet denken maar doen werd een veelgehoorde kreet in het atelier, dat geldt echter alleen voor de spelers. Wij als coaches denken wel degelijk na.
Wanneer men een kunstwerk als resultaat wil moet er een krachtige compositie staan. Een verantwoord kleurpalet. En als er een bepaalde vorm vereist is moet hij vormvast zijn. Lukt dat de deelnemers niet, dan moet onze trukendoos open.
Bij veel kunstenaars blijft die dicht, want stel je voor dat iemand anders jouw dingetje gaat doen.
Eigenlijk is het not done om je als coach te bemoeien met de inhoud van het kunstwerk, belangrijk is het om je klant het gevoel te geven dat het maaksel alleen en enkel en alleen tot stand kwam door zijn of haar vermogen. Een mooi streven hoor, maar om een kunstwerk tot stand te brengen dat klopt volgens de normen van een kunstwerk valt nog niet mee wanneer je nog nooit een penseel gehanteerd hebt.

Leuk hoor een dergelijk broddelwerkje, maar we hangen het toch liever in de kantine dan in de hal, want het rammelt aan alle kanten, hoe leuk de teambuilding dag ook was en hoe hard we ook gelachen hebben.

Natuurlijk is het belangrijk om niet aan de eigenwaarde van een maker te komen, maar is het gevoel van trots niet even groot als dat kunstwerk ook echt een eyecatcher is op een prominente plek mede omdat het goed doorwrocht is?

Marian en ik zijn heel wat workshops verder, de een met wat meer spektakel dan de ander, dat passen we per klant keurig aan, maar allemaal waardevol. Onze anti-site is veranderd in een mooie stevige visitekaart online ga maar eens kijken op nooitmeermaandag.nl.

..het moment dat het gemurmel gegniffel en andere geluiden die bij gêne horen overgaan in stilte. Ik hoor de kwartjes vallen. Dit is het moment dat Marian en ik even naar elkaar gniffelen.
Dit is een van die dingen waar het ons om te doen is, die bijna stilte, met alleen nog het geluid van overgave.

donderdag 10 december 2009

NOOIT MEER MAANDAG 1


Dansen met aversie

Eerst een stukje geschiedenis.

Uit mijn boekje met bezwaren, 2003.
Dicht op hun huid, ik moet dichtbij kunnen komen anders werkt het niet. Daarvoor moet ik anderen ook dicht bij mij laten. Soms stuit ik op een enorme weerstand. Ik moet nog leren om dat als “niet persoonlijk” op te vatten. Als ik dat heb overwonnen begin ik met “echte” cursisten.


We waren destijds met 7 mensen frequent in mijn atelier aan het schilderen. Het was helemaal niet de bedoeling dat ik les zou geven aan deze mensen, maar gaandeweg merkten we dat ik vaak een meer dan ondersteunende rol vervulde. Er waren avonden dat ik zelf niet meer aan schilderen toe kwam. Ik werd zomaar vanzelf een soort kunstjuf. Omdat ik deze mensen goed kende, durfde ik wel te experimenteren met mijn “kennis”.

2006.
Ik zie weerstand nog steeds als een persoonlijk falen van mijn kant.
Soit. Ondertussen ben ik toch maar begonnen.
Als mensen naar mijn lesmethoden vragen, moet ik ze in de meeste gevallen het antwoord schuldig blijven. Methoden? Hoe omschrijf je in één woord een heel uitgangspunt?
Lesgeven kan je het niet noemen.
Het is meer het delen van wat ik weet. En ook dat dekt de lading niet.
Het is eigenlijk een interactie met ons creatieve brein als communicatiemiddel.
Is dat een methode?
Zo ordelijk kan ik helemaal niet denken.
In een kunstproject dat ik maakte is er een moment geweest dat ik begreep dat ik geen controle meer had over de 400 mensen die daaraan mee werkten en dat de enige optie was om geen energie meer te steken in het willen bijsturen van een dergelijk grote groep.
In plaats daarvan begon ik mij te richten op de output en leerde de schoonheid daarvan te herkennen. Daardoor vergat ik de stress van hoe anders het werd als ik het voor ogen had gehad. Door afstand te nemen van het resultaat dat ikzelf voor ogen had bleef er veel meer ruimte over voor anderen. Ik begon de omstandigheden te optimaliseren en oogstte zo een prachtig eindproduct.
In feite is dat nog steeds wat ik doe, alleen nu met wat minder deelnemers. Daardoor heb ik wel een beter overzicht en kan ik de kwaliteit van die output beter waarborgen. Elke cursist heeft een andere behoefte en de energie die ik in het individu steek, levert meer op dan de energie die ik aan een groep geef. Niet bepaald een methode. Daar zijn de onderlinge verschillen van de mensen waar ik mee werk en leer te groot voor.
Roxart telt straks na de herfstvakantie zo’n 40 cursisten waarvan het grootste deel het atelier wekelijks bezoekt.
Na helemaal niet zo lang wegen en wikken heb ik besloten in januari een extra cursus te starten.
Aanstaande vrijdag beginnen de vrijdagmiddagcursussen weer voor de kinderen, tot mei zit dat helemaal vol.
Vanaf januari start voor het eerst ook een cursus voor de jongere creatievellingen op de woensdagmiddag. Kinderen vanaf 6 jaar kunnen zich daar voor opgeven.

Schilderen met je kind begint 12 november weer. Hier is voor dit jaar geen opgave meer mogelijk, ook dit zit vol.

Mijn atelier loopt dus vol.


Het liep helemaal anders. Ik werd ziek. Erg ziek.
Ik leerde dat wat ik deed geen lesgeven was.
Ik kroop onder de huid van mijn cursisten en zij maakten hun schilderij via mij. Als ik 10 mensen op een ochtend in mijn atelier had, was ik aan het eind van de ochtend helemaal op.
Ik had dan aan 10 schilderijen gewerkt alsof het de mijne waren. Nu ik dit zo zwart op wit heb staan zie ik de kolder daarvan wel in.

Ik raakte alles kwijt. Mijn atelier en dus alle cursisten, maar wat erger was ik raakte mezelf even helemaal kwijt.

Achteraf is dat een prachtige crisis geweest.

The positive thing about having a total meltdown
is the opportunity of starting over again.
Like a white canvas waiting to be painted

Ik begon opnieuw. Niet meer met 40 cursisten. Ik had besloten dat ik dat niet goed had aangepakt en ik wist geen betere manier dan hoe ik het gedaan had.

Mijn eerste workshop kwam in mijn schoot gevallen.
Een teambuilding workshop in samenwerking met een psycholoog voor een team dat vastgelopen was. Ik deed mijn ding met verf en A observeerde, analyseerde en rapporteerde.
Het werd een succes.
Het was weer het verzet van mensen waar ik op stuk dreigde te lopen en ik besloot alleen nog workshops te geven voor de “fun”

2009
Ik ben nu bijna 7 jaar verder.
Door mijn eigen opleiding aan de klassieke academie ben ik technisch beter geworden. Ik heb gezien en ervaren dat verzet iets is waar je mee kunt werken, dat mijn verzet tegen het verzet het enige verzet is waar ik last van had.
Als ik nu nog een keer verzet typ is het een woord geworden waar je bijna om kunt lachen.

Verzet.

woensdag 2 december 2009

Olifantastisch

Olifant aan de Oliemuldersweg

Het zou een leuk overzichtelijk projektje worden.
Dagje Afrika thema op de Siebe Jan Bouma school. Met een paar collega’s
“even” weer eens iets leuks doen. Een olifant bouwen. Zomaar!
Om een kop en staart aan het project te geven en verzekerd te zijn van deelname van alle leerlingen bedacht ik een kleurwedstrijd.
Ik maakte een promotietournee langs alle klassen, met een kleurplaat van een olifant en daagde de kinderen uit zich helemaal te laten gaan. Grijs werd een verboden kleur.
Het dier zou levensgroot met papier-maché nagebouwd worden in de kleuren van de winnaar.

Creatieveling Wout de Moor -beter bekend als onze weddingplanner en supercateraar- bedacht het GIPSDING. Mijn papier-maché-idee was spontaan van de baan.





Deze foto laat zien hoe winnares Mila Olifantastisch kleurde.


Op een maandagmiddag tekende ik en bouwde Wout het frame. Ik heb nog nooit iemand zo gemakkelijk zien scheppen. Ik was acuut gegrepen door een gevoel van bewondering en afgunst. Ik zag de logica achter het begrijpen en direct reageren op materiaal. Wout ziet, begrijpt en doet. Bij de meeste mensen houdt zoiets op bij een idee.
Om 18.00 uur hadden we een houten frame waar een blinde een olifant in zou herkennen.



Wout en Marian Tappel mijn partner in het NOOITMEERMAANDAG-project (de leukste schilderworkshops in Groningen) op de foto


s, Avonds weefden Dick, Marian, Wout en ik kippengaas om het bouwsel.
Rond tien uur stond het dier in de toegang de weg te blokkeren, klaar voor zijn gipsen huid.

Helaas was ikzelf niet aanwezig toen het dier de volgende dag ontdekt werd door de leerlingen en docenten. Op de berichten en reacties maakte ik uit dat dit een hilarische happening was. Ach ik mis vaker feestjes lately.
Op de Afrikaanse feestdag regende het pijpenstelen.
Je kent dat wel er is een feestje en alle ingrediënten voor een onsterfelijke mislukking staan op het voorhoofd geschreven van iedereen die je tegen bent gekomen sinds je opstond.
In de stromende regen hebben we = Miranda, Maaike, Wout, Martine Smit een betrokken ouder (ja ze bestaan nog) en ik de kinderen in groepjes stroken stof in het gips laten dopen en om het gaas laten wikkelen. En ..er werd een olifant geboren.



De zon brak door op het hoogtepunt van de dag toen….met de kinderen een drumvoorstelling gaf. Het gips droogde wondermooi op en wij stonden met de bouwers lekker uit te harden. Er was Afrikaans eten en het was echt een feestje. Er zou een week later in groepjes geverfd worden en dat was dan dat!
Dacht ik…..
Echter
Iedereen vond het dier dusdanig geslaagd dat er een verzoek kwam om het bouwsel wat weerbestendiger te maken. Ook vond ik het beest dagelijks beschadigd terug, vernield door de wijkjeugd die s’avonds over de hekken klom, en er plezier in hadden de olifant te vernielen. Telkens weer, tot ik er eerst helemaal moedeloos van werd en door een nieuw dalletje moest voor ik daarna de geest kreeg. Wout bedacht een nieuwe laag, een experimentele mix waardoor het dier harder zou worden.



Op de foto hierboven ben ik extra lagen aan het opbrengen

In 20 workshops verdeeld over de week daarna werd de kleurlaag aangebracht.





Ik mocht de kont doen :-)



En zo kwam dat er uit te zien. Klaar!
Zou je denken…

Inmiddels was niet alleen ik, maar de hele school en een stukje wijk een beetje verliefd geworden op olifantastisch. Helaas bleek een ander stukje wijk er plezier aan te houden het beest stuk te maken. Er waren dagen dat ik het plein opliep en amper durfde te kijken of het allemaal nog heel was. Ik heb erg veel reparaties moeten verrichten.
In samenspraak met de directie werd besloten dat er een polyester laag op het dier zou komen.

We hebben het over het begin van de herfst als Wout en ik manmoedig aan de klus beginnen.
Een zo goed als onbegonnen klus, erg leerzaam ook. Al doende merken we dat voor een polyesterlaag een gladde ondergrond is vereist. En het dier is alles behalve egaal van structuur. Het effect is droevig, de kleuren worden vaal op de plekken waar de polyester laag niet goed aansluit, en dat is op heel veel plekken. We hebben de injectiespuitmethode(hars in alle luchtblaren spuiten) overwogen, maar dan zijn we ongeveer een jaar bezig haha.
Het is een flinke stoeipartij met de factor tijd, want mijn opleiding aan de klassieke academie is hervat, we moeten allemaal weer gewoon aan het werk en de mooie dagen worden kouder en natter.
Het grootste meest kwetsbare deel is nu van een flinke bescherming voorzien. De tijd is op en het geld is op.

Het plan van nu is de werkzaamheden in het voorjaar te hervatten. De polyester laag moet afgemaakt aan de onderkant en het ziet er naar uit dat het dier opnieuw beschilderd moet worden. Heel af en toe vraag ik me af waar ik aan ben begonnen. Ik lig er niet meer wakker van, maar als ik wakker lig denk ik er wel aan. En soms droom ik erover.
Olifantastisch is in mijn systeem gaan zitten.



Ik wijd een onderdeel van mijn studie aan de academie aan dit wonderlijke dier.
En verder……

Ik heb een boel dromen nagejaagd en waargemaakt, waaronder een paar interessante projecten, meestal in samenwerking met scholen en groepen kinderen. Als de droom gedroomd was en ik wakker werd was het klaar. Dit moet ook klaar. Voor iedereen die meewerkte. Voor Mila en al die andere kinderen die tot hun ellebogen in de gips hingen, voor Wout die hier ook wakker van ligt, voor iedereen die betrokken is, en voor mijn gemoedsrust, want het is bovenal mijn ding om af te maken waar ik aan begon.

woensdag 25 november 2009

Sinds kort twitter ik.
Ja dat leest u goed.
Schaamvol moet ik alles terugnemen wat ik ooit over twitter heb geroepen.
Dat twitter voor mensen met een te groot ego is, dat twitter voor loosers is, waar verder niemand anders nog naar luistert. En vooral dat je jezelf wel heel belangrijk moet vinden om te denken dat de hele wereld zit te wachten op een berichtje over jouw dingessen.
Ik moest wel even weer wat valse bescheidenheid van mij af schudden, want natuurlijk ben ik belangrijk, niet voor de hele wereld, maar wel in mijn “zijn”
Ik ben een groep mensen gaan volgen omdat ze leuke tweets = berichtjes op twitter zetten, of hele leuke opmerkingen maken, of interessante stukken schrijven en linkjes naar mooie filmpjes sturen. En geloof het of niet..mijn wereld is groter geworden.
Heel af en toe krimpt die wereld dan ook weer een beetje. Ik ontdekte dat er niet altijd even eerlijk getwitterd wordt. Vooral op de dagen dat het mij minder goed gaat lijkt het of mijn hele netwerk bestaat uit mensen die niets anders meemaken dan achtervolgd worden door succes!!! Dat hebben ze natuurlijk aan hun stralende zelfbewustzijn en voortvarende energie te danken en o niet te vergeten hun tweetgedrag, dat zo ongeveer neerkomt op 60 tweets per dag die een herhaling zijn van de boodschap kijk mijn ding kijk mijn ding, vergezeld gaande van een linkje naar dat ding. Zo hoor je te twitteren. Heel blij hoor je de wapenfeiten van de hoogste tak te tweeten, als een lichtgevend vogeltje, of ze nu waar zijn of niet. Getwieter, zeg maar. Slecht voelen mag niet, das negatief. Ik kreeg gelijk allerlei tips toen ik op een ochtend een mopper de ether in twoeide. Van belangrijke meneren in “pak en straf op de avatar”(dat zijn de kleine foto’tjes naast onze schrijfseltjes) leerde ik dat het not done was om over onbenulligheden te tweeten, over koffie met koek en kapotte wasmachines en vooral niet te persoonlijk. Getwater en getweuter. Zakelijk mag blijkbaar nog steeds niet menselijk anno 2009.
De meest onpersoonlijke twitteraars heb ik er maar afgefwitterd. Weg met de niet-menselijke ruis.
Het paadje naar succes begint dus bij de reclame boodschap, nu meer dan ooit binnen handbereik in ons eigen media-notebook-ifone-parkje.
Zo makkelijk is die bescheidenheid van mij echter niet af te schudden. Misschien is ze toch niet helemaal vals dan? Ik heb er grote moeite mee om mezelf steeds te herhalen en te vervallen in het kijkmijkijkmijkijkmij gedrag, wat zo kenmerkend is voor velen in het netwerk dat ik volg.
Dat moet ik toch eens onderzoeken.
Ondertussen twitter ik gewoon door hoor, over wat ik denk en doe en vind, ook al is dat soms niet vrolijk of succesvol.

dinsdag 17 november 2009

Herinneringen 3

Constructies

Woest kan ik worden van dat inzicht dat zo pal voor mijn neus bengelt voor mij net ongrijpbaar. De construktie van een kruisgewelf.
Het ei, de appels, het gloeilampje, de maiskolf, de flessen, allemaal redelijk gelukt tot goede studies. Maar het kruisgewelf. Een raadsel is het voor mij. Zo raadselachtig dat ik er niet eens aan durf te beginnen. Dat houd ik nu al 2 weken vol.
En dat gaat bijna vanzelf want er stond nog meer op mijn lijstje. Na de laatste termijnbetaling van de academie kwam ik paars te staan. Meestal is er altijd wel een klus op handen, maar geleidelijk aan wordt de prioriteit steeds meer naar studie geschoven. Onverkoopbaar. Subtiel werd ik laatst eens een keertje herinnerd aan de duur van de opleiding en dat het dus voorlopig nog 3 jaar duurt voor ik weer fulltime kan werken. De opleiding wordt intensiever in de opvolgende jaren, blijkt bij navraag aan derdejaars studenten, en ik zie de ambulance zachtjes zijn zwaailichten aanzwengelen ergens achter in mijn hoofd. Is er echt een moment geweest dat ik geloofde dat dit een goede combinatie was?

Ik besluit om de teambuilding workshops in mijn atelier weer opnieuw te starten. Als ik 1 workshop per maand geef dan kan ik aan het eind van dit seizoen mijn nieuwe studie jaar betalen. Ik heb alles nog in huis, 30 ezels, genoeg verf, de draaiboeken van voorgaande jaren, genoeg keus en genoeg ongebruikte ideeen. De workshopsite word aangepast, alles word aangepast en oeh wat staat dat leuk op mijn visitekaartje “het Gerrit van Houten huis”. De workshops lopen weer en het is telkens weer bijzonder. Heel verschillende bezoekers. Omdat ik nu maar een workshop in de maand plan blijft het ook leuk, en heb ik minder stress en meer tijd voor mijn studie de komende maanden, en misschien iets meer tijd om weer eens te schilderen.

Waarom kan ik een dergelijke construktie wel aan?
En die tegelvloer lukte toch ook? Zelfs in overhoeksperspectief ik had nog nooit van dat woord gehoord! Pilaren….cilinders, dat voelde ik nog wel landen, maar dat gewelf….
Nee, dan de proporties die dit heeft aangenomen

Woensdagochtend heb ik mijn eerste werkbespreking met de docenten. Dwangmatig ben ik mijn schetsen aan het checken, die tekening er bij nee die juist niet….of wel….of


Zaterdag speelt de leukste band van Groningen een thuiswedstrijd. Dan trek ik mijn hoge hakken aan en ga dansen. En dan wordt het kerst.